keurmerkusp

Jumpers knee Springersknie

Een springersknie (apexitis patellae) is een overbelastingsblessure bij de aanhechting van de knieschijfpees aan de onderzijde van de knieschijf (patella). Via de knieschijfpees / gewrichtsband is de knieschijf (patella) aan het scheenbeen (tibia) gehecht. Deze pees is zeer sterk en stelt de strekspiergroep in staat het been te strekken. De quadriceps strekt de knie actief bij het springen om de springer van de grond te krijgen, maar speelt ook een rol bij het stabiliseren tijdens de landing.
Deze aandoening komt zowel bij recreatieve als professionele sporters in de leeftijdgroep 18-40 jaar frequent voor. Het is dus geen verrassing dat deze zoals volleybal, handbal, korfbal, maar ook bij voetbal, tennis, hockey en atletiek. Vooral bij topbasketballers en -volleyballers is de prevalentie hoog, respectievelijk 32% en 45%.

Een Jumpers knee brace kan helpen bij de behandeling en preventie

  • patellabandje

    Patellabandje

    Adviesprijs: € 25,00

    Orthocor prijs: € 18,95

    Het patellabandje is zeer geschikt voor overbelastingsklachten rond de knieschijf, zoals een jumpers knee. Meer info


  • springersknie

    Jumpers knee Symptomen

    Klachten bij sporters die mogelijk een springersknie hebben is stekende pijn net onder de knieschijf, die optreedt bij kniebelastende activiteiten zoals springen, sprinten, serveren of snel terugkeren na een ver zijwaarts geslagen bal. De aandoening gaat vaak gepaard met een zeurende pijn na het spelen. Een pijnlijk gebied en gevoeligheid in het geblesseerde gedeelte van de pees. Plaatselijke pijn aan de onderzijde en voorzijde van de knieschijf bij indrukken of betasten. Zeurende pijn en stijfheid na inspanning. Pijn bij het samentrekken van de quadriceps. Behoefte om te bewegen als gevolg van langdurig verblijf in dezelfde statische positie (zitten en staan).

    Springersknie Oorzaak

    Overbelasting van de knieschijfpees wordt vaak veroorzaakt door oefeningen zoals springen en zware gewichttraining in de onderste ledematen bij sporters in de leeftijd tussen 15 en 35 jaar. Met name het landen op één been zorgt voor een piekbelasting op de aanhechting van de knieschijfpees. Daarnaast hebben personen die het kniegewricht actief extra belasten, bijvoorbeeld door sporten te doen waarbij veel van richting wordt veranderd of springbewegingen worden gemaakt, een grotere kans om een springersknie op te lopen. Door herhaalde belasting kunnen er kleine beschadigingen ontstaan en kan er collageendegeneratie optreden in de pees. Andere factoren die in de wetenschappelijke literatuur worden genoemd als oorzaken zijn een verkorting van de strekspiergroep en overgewicht. Bovendien kunnen onvoldoende flexibiliteit van de kniepees en quadriceps en verkeerde uitlijning (x-benen of platvoeten) bijdragen aan een verhoogde belasting van de knieschijfpees en derhalve het ontstaan van een springersknie.
    Te hoge belasting door:
    te moeilijke of te zware oefeningen;
    te veel herhaling van bewegingen in de oefenprogramma's;
    te diep doorzakken bij de (af)sprong of landing;

    Verminderde belastbaarheid door:
    onvoldoende kracht en coördinatie in de bovenbeenspieren;
    een afwijkende stand van het been, de knie of de voet;
    een eventuele snelle groei in relatie tot de leeftijd;
    afwijkingen in de (normale) functie van de knie.

    Jumpers knee Diagnose

    Medisch onderzoek (door een arts of fysiotherapeut) kan de volgende bevindingen opleveren: De aangetaste pees kan dikker lijken dan die aan de niet-aangetaste zijde. Er kan sprake zijn van een lichte zwelling rond het pijnlijke gebied. Soms is er sprake van een slecht functioneren van de Vastus Medialis pars Obliquus (VMO). Pijn geprovoceerd door actieve tests zoals diep door de knieën zakken, uitvalstappen en met name bij het krachtig strekken van de knie vanuit maximale buigstand bij het geblesseerde been. Aanvullend onderzoek: met behulp van ultrasonografie of MRI kunnen enige degeneratie of kleine beschadigingen van de knieschijfpees worden vastgesteld.

    Ernst

    Pijn tijdens en na lichamelijke activiteit of sport kan worden onderverdeeld in vier ernstgradaties, van licht tot ernstig:
    Gradatie 1: Alleen pijn na training.
    Gradatie 2: Pijn vóór en na training, maar pijn neemt af na opwarming.
    Gradatie 3: Pijn tijdens activiteit, waardoor training of prestaties niet optimaal kunnen zijn.
    Gradatie 4: Pijn tijdens dagelijkse activiteiten, die al dan niet verergeren.

    Behandeling

    Het is van belang om zo snel mogelijk te starten met het genezingsproces, want hoe langer men wacht, hoe moeilijker het wordt om de springersknie te genezen. Er kunnen twee behandelmethoden worden voorgeschreven: behoudende (niet-chirurgische) behandeling en chirurgische behandeling.

    A - Behoudende behandeling

    IJsapplicaties na het sporten en een patellabandje kunnen voor de korte termijn verlichting van de klachten geven. Vaak trekt de patellapees bij het aanspannen van de quadriceps te ver naar buiten omdat de buitenkant van de quadriceps beter getraind is dan de binnenkant. Een Patellabandage helpt de patellapees een meer symmetrisch verloop te volgen zodat de pijn vermindert. Net als tape is de bedoeling van het patellabandje de pijn te verminderen zodat de oefeningen beter uitgevoerd kunnen worden, het is dus een tijdelijke maatregel. • Het bandje dient vlak onder de knieschijf aangebracht te worden en zo strak dat er pijn vermindering optreedt bij hurk bewegingen (of andere pijnlijke activiteiten). Indien de pijn erger wordt, er uitstraling ontstaat naar de voet of een doof gevoel ontstaat in de voet dan zit het bandje te strak

    Dit wordt doorgaans in eerste instantie aanbevolen nadat de diagnose ‘springersknie’ is gesteld. Overbelasting van de pees moet zorgvuldig worden vermeden. De behandeling is afhankelijk van de omvang of ernst van de blessure.
    Gradatie 1: Doorgaan met trainen maar na elke training of wedstrijd een ijszak of cold-pack aanbrengen op de blessure. Gedurende 10-15 minuten lokaal masseren met ijsblokjes (beter dan het gebruik van een ijszak) op de pijnlijke plaats op de pees om de pijn en ontsteking te verminderen. Gebruik van tape (halve cirkel) of knieschijfbrace geplaatst halverwege de knieschijf . Een sportarts of fysiotherapeut raadplegen die dwarse frictietechnieken kan toepassen en revalidatieadvies kan geven. Gewoonlijk wordt een excentrisch spierversterkingsprogramma aanbevolen.
    Gradatie 2: Trainingsactiviteiten aanpassen om de belasting van de pees te verminderen. Geen spring- of sprintactiviteiten meer uitvoeren en deze zo nodig vervangen door gelijkmatig rennen of zwemmen, of aquajogging. Voorkom herhaaldelijk buigen en strekken van de knie. Een sportarts of fysiotherapeut raadplegen die dwarse frictietechnieken kan toepassen en revalidatieadvies kan geven. Gradatie 3: Volledig afzien van activiteiten die de blessure kunnen verergeren. Deze vervangen door zwemmen / rennen in water (indien de pijn dit toestaat). Een sportarts of fysiotherapeut raadplegen die dwarse frictietechnieken kan toepassen en revalidatieadvies kan geven.
    Gradatie 4: Lange periode rust (ten minste 3 maanden!). Een sportarts of fysiotherapeut raadplegen die dwarse frictietechnieken kan toepassen voor apexitis patellae en revalidatieadvies kan geven. Als de knie niet reageert op revalidatie, een orthopedisch chirurg raadplegen omdat een chirurgische ingreep nodig kan zijn. Onafhankelijk van de fasering kan het volgende worden gesteld: Een quadricepsversterkingsprogramma richt zich vooral op excentrische versterking. De oefeningen richten zich op het werken met de spieren om deze te rekken en herstel van de springersknie te optimaliseren. Spierversterking van andere gewichtdragende spiergroepen, zoals de kuitspieren, kan de belasting van de knieschijfpees verminderen. Een arts kan ontstekingsremmende medicijnen voorschrijven, zoals Ibuprofen. Plaatselijke injecties met steroïden kunnen beter worden voorkomen. Extracorporale schokgolftherapie kan een nieuwe en doelmatige behandeling zijn.
    Als de blessure langer dan vier weken blijft bestaan, ga dan naar de huisarts.

    B - Chirurgie

    Dit wordt doorgaans voorgeschreven als laatste redmiddel. Er is tot op heden weinig overtuigend bewijs ter ondersteuning van het gebruik van chirurgie boven behoudende behandeling van een springersknie. Chirurgie houdt in dat het betreffende deel van de pees wordt weggesneden of een laterale release wordt toegepast waarbij kleine incisies worden gemaakt aan de zijkanten van de pees, waardoor de druk van het middelste gedeelte wordt weggenomen. Na een chirurgische ingreep wordt doorgaans een intensief revalidatieprogramma voorgeschreven. Met name excentrische versterkingsoefeningen kunnen het hestel bevorderen.

    Braces

    Een patella brace voor de knieschijfpees die de belasting van de pees vermindert op het aanhechtingspunt door druk te geven via de pelotte op de knieschijfpees en het onderste deel van de knieschijf. Plaats de knieschijfbrace net onder de knieschijf op de knieschijfpees. Aanbrenging dient te geschieden met de geblesseerde knie onbelast en licht gebogen (20 graden). Misverstanden Doorgaan met activiteiten zoals springen als dit pijn doet. Nee! Negeer dit probleem niet, anders wordt het erger. Door tape en brace worden uw actieve kniestabilisatoren zwakker. Nee, beide zijn nuttige hulpmiddelen bij revalidatie en tevens bij preventie van terugkerende klachten zonder negatieve gevolgen voor uw spiersysteem.

    Preventie

    De springersknie voorkomen;
    - Zorgen voor een goede trainingsopbouw tijdens het seizoen en tijdens een training of les.
    - Het seizoen beginnen met het opbouwen van kracht en coördinatie, in dit geval met name voor de spieren van de bovenbenen.
    - Na een rustperiode (vakantie) de sprongbelasting geleidelijk aan opvoeren.
    - Tijdens de training of les eerst een goede warming-up waarbij de bovenbeenspieren goed "warm" gewerkt worden, gevolgd door goede rekoefeningen.
    - Na de warming-up de bovenbeenspieren en knieën geleidelijk aan zwaarder belasten (eerst licht kaatsen, dan aanloop-kaats, kleine dieptesprongen en daarna pas acrobatische of volledige sprongbelasting en landingen).
    - Bij de belasting rekening houden met eventuele snelle groei, ziekte of andere oorzaak van verminderde belastbaarheid.
    - Bij specifieke oefeningen; Bij sprongen, afzetten, sprongseries en landingen niet te diep door de knieën zakken. Dit verhoogt de belasting van de knieschijf en kniepees. Bij moeilijke afsprongen de landing laten afrollen. Dit vermindert de belasting op de knie. Pas als de afsprong goed wordt beheerst, landen tot stand.
    - Krachttraining van de heupabductors waaronder de spieren in de onderbuik, hamstrings en kuitspieren; Krachtoefeningen van quadriceps en hamstrings; - Dragen van sportschoeisel en dagelijks schoeisel van goede kwaliteit met op maat gemaakte voetholteondersteuning;
    - Overgewicht voorkomen.